Het is schandalig dat de doofpot nog altijd gesloten blijft

04-01-2015

Oud secretaris-generaal Joris Demmink heeft zijn smaadzaak tegen het Algemeen Dagblad verloren. Met hem verloor ook Minister Opstelten die in deze zaak zijn voormalig topambtenaar terzijde stond. De rechtbank Rotterdam oordeelde 17 december jl. dat er voldoende bewijs was voor de beschuldiging dat Demmink in de jaren '80 contacten onderhield met een criminele pooier van minderjarige jongens in Den Haag. Onderzoeksjournalist Koen Voskuil van het AD had zorgvuldig onderzoek gedaan en gebruik gemaakt van betrouwbare bronnen.

Dit is de tweede keer dat een rechter de gegrondheid van beschuldigingen tegen Demmink heeft bevestigd. Eerder deed het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat door vervolging te gelasten omdat er op basis van de feiten een redelijk vermoeden bestaat dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van minderjarigen midden jaren '90 in Turkije.
 
De Roestige Spijker heeft zich vanaf haar oprichting begin 2013 beijverd voor waarheidsvinding in de zaak Demmink. Toen de door Demmink en minister Opstelten aangekondigde rechtszaak tegen het Algemeen Dagblad uitbleef, heeft de stichting Demmink ertoe gebracht deze procedure door te zetten.

De Roestige Spijker vond dat de onderste steen boven moest komen in deze zaak maar stelde vast dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie niets liever wilde dan dat de kwestie zou worden gesmoord in een doofpot. Om die reden zijn op verzoek van de stichting in maart en april 2014 getuigenverhoren gehouden voor de rechtbank Utrecht. Dit leidde tot onthullende uitkomsten, waaronder de bevestiging dat Demmink reeds in 1998 verdachte was van seksueel misbruik van minderjarigen in het zogenaamde Rolodex onderzoek, en dat dit onderzoek naar hem en medeverdachten werd gesaboteerd. Desondanks blijft de deksel op de doofpot.
 
Dat is schandalig. Het recente vonnis van de Rechtbank Rotterdam is een flinke tik over de vingers van minister Opstelten. Deze had zich immers een fervent pleitbezorger getoond van Demmink en zonder kennis van zaken geroepen dat het AD zich schuldig maakte aan smaad. Hij betaalde bovendien alle juridische kosten van zijn oud topambtenaar.
 
Nu Opstelten er faliekant naast blijkt te zitten, blijft het stil in Den Haag.
Tal van vragen behoeven echter dringend antwoord.

  • Waren de contacten tussen Demmink en de criminele pooier in de jaren '80 naar boven gekomen in de onderzoek die de AIVD naar Demmink heeft gedaan, zoals Opstelten steeds aanvoert?
  • Als deze contacten eerder bekend waren geweest, was Demmink dan ooit toegelaten tot de diverse topfuncties bij het Ministerie van Justitie? Demmink was begin jaren ‘80 reeds plaatsvervangend directeur directie Politie (van 1982 tot 1983). Vervolgens directeur directie Politie van 1983 tot 1988, hoofddirecteur hoofddirectie Organisatie Rechtspleging van 1988 tot 1990 en directeur-generaal Rechtspleging, ministerie van Justitie, van 1990 tot 1993. Hij werd tenslotte in 2002 Secretaris-Generaal. Demmink was decennialang een machtsfactor van belang bij Justitie. Hij had in die hoedanigheid zeggenschap over benoemingen en promoties van politieofficieren, officieren van justitie, had invloed op benoemingen van rechters etc.
  • Was Demmink chantabel? Het vonnis van de rechter in Rotterdam bevat voor Demmink zeer belastende feiten. Wie wisten hier van en konden hiervan gebruik maken?

De rol van Opstelten 
De opstelling van Opstelten blijft dubieus. Hij heeft zich achter Demmink geplaatst in diens zaak tegen het AD en zonder onderzoek naar de feiten verkondigd dat het diffamerend was, omdat de beschuldigingen onjuist zouden zijn. Hij plaatste zich pontificaal hij achter de rechtsmaatregelen en betaalde nota bene de advocaatkosten.
 
Al op 8 oktober 2012 heeft Opstelten de Kamer misleid door te suggereren dat de (nieuwe) beschuldigingen die het AD op 6 oktober 2012 had gepubliceerd lang en breed onderzocht waren en onjuist zijn gebleken. Zo schreef Opstelten onder andere:
 
"Zoals ik aan het slot van mijn brief van 3 oktober jl. aangaf, is van enige grond voor de juistheid van de beschuldigingen niet gebleken. Deze conclusie onderschrijf ik nog steeds. Het is ook om die reden dat ik de secretaris-generaal van mijn ministerie volledig steun bij het treffen van rechtsmaatregelen tegen de publicaties."
 
En in zijn brief aan de Kamer d.d. 22 januari 2014 op vragen van Van der Steur c.s.:

"De civielrechtelijke procedure tegen het AD is door betrokkene met mijn volledige instemming gestart. Het object van deze procedure is een op onderdelen zeer diffamerende publicatie die plaatsvond op een moment waarop betrokkene nog SG bij mijn ministerie was en die op heel andere feiten betrekking had dan de feiten die onderwerp waren van de artikel 12-procedure. In de beschikking van het Gerechtshof is dan ook geen reden te vinden om de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in die civiele procedure te beëindigen."
Deze mededelingen heeft hij later in interviews herhaald tot en met "Het was niets, het is niets en het wordt niets".
 
Opmerkelijk ook is het volgende. In reactie op het WOB verzoek van de Roestige Spijker aangaande de aan Demmink betaalde vergoeding van alle juridische kosten d.d. 9 april 2013, verwoordde Opstelten de reden van betaling van deze kosten als volgt:

"Toepassing van die betaling achtten wij aangewezen omdat moet worden aangenomen dat mr. Demmink voorwerp van de publicaties werd in verband met zijn functie bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie".
 
Het behoorde niet tot de functie bij het ministerie om contacten te onderhouden met criminele pooiers van minderjarige kinderen. Ministeriële steun aan een topambtenaar die mogelijk een ernstige zedendelinquent is, is uiteraard een ernstige misstand. Het bevestigt bovendien dat de top van justitie zich boven de wet plaatst en de Rule of Law aan zijn laars lapt.

Wanneer komt het parlement hiertegen in actie?

‹‹ Naar het overzicht

Reageer


 
Volg de deroestigespijker via RSS



full screen background image