Demmink sinds 20 januari 2014 formeel verdacht van zedenmisdrijven

14-05-2014

Jarenlang zijn vermoedens en beschuldigingen geuit dat de topman van Justitie een zedendelinquent was die vrijuit ging omdat hij boven de wet wist te staan en/of omdat verdenkingen jegens hem adequaat in de ambtelijke doofpot werden gesmoord. 
Het werden geruchten genoemd. De advocaat van Demmink noemde het steevast 'kwaadaardige borrelpraat'.


Op verzoek van de Stichting De Roestige Spijker zijn over deze beschuldigingen vanaf 4 maart 2014 elf getuigen onder ede gehoord. Op 20 januari 2014 echter, nog voordat de eerste getuige was gehoord, werd Demmink door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch formeel als verdachte aangemerkt op grond van aangiften door twee Turkse mannen die stellen dat zij in de jaren 90, op minderjarige leeftijd, door hem zijn verkracht.

Door deze beschikking van het Gerechtshof van 20 januari 2014 is dus niet langer sprake van slechts geruchten. Sindsdien gaat het om reële en concrete verdenkingen. Het gerechtshof heeft dit als volgt geformuleerd:

“Naar het oordeel van het hof zijn uit de oriënterende feitenonderzoeken wel voldoende feiten en omstandigheden naar voren gekomen, waaruit een redelijk vermoeden van schuld voortvloeit dat beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan de overige door klager gestelde strafbare feiten (te weten: verkrachting, het seksueel binnendringen bij iemand beneden 16 jaar en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gepleegd door beklaagde in Turkije in/omstreeks het jaar 1995 mk)”


en:

“Voorts wordt de rechter-commissaris verzocht om dat onderzoek te verrichten dat hij op grond van zijn bevindingen noodzakelijk oordeelt, waaronder het horen van beklaagde zelf. 
Het hof merkt hierbij nog op zich te realiseren dat het een uitgebreid en geen gemakkelijk onderzoek kan worden, maar dit doet niet af aan de noodzaak daarvan.
 Zo’n onderzoek is immers mede gerechtvaardigd vanwege het feit dat de beschuldiging van beklaagde al jarenlang met een zekere regelmaat opdoemt in de media. Om diezelfde reden is het wenselijk dat het onderzoek door de rechter-commissaris met voortvarendheid ter hand wordt genomen. Gelet op het voorgaande acht het hof vervolging in de vorm van een onderzoek als bedoeld in artikel 181 van het Wetboek van Strafvordering noodzakelijk (…).
Het beklag ter zake het niet vervolgen van beklaagde wegens verkrachting is gegrond. (…)”

Waarna het gerechtshof heeft bevolen:



“Beveelt dat door de officier van justitie bij het Landelijk Parket een strafvervolging tegen [b][beklaagde] zal worden ingesteld ter zake van het misdrijf omschreven in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.
Gelast dat door de officier van justitie een vordering als bedoeld in artikel 181 van het Wetboek van Strafvordering zal worden gedaan teneinde een nader onderzoek te doen verrichten.”

Sinds 20 januari 2014 is Demmink dus formeel verdachte van het misdrijf verkrachting van twee minderjarige jongens in Turkije. Essentieel is dat het gerechtshof een redelijk vermoeden van schuld aanwezig heeft geacht op grond van feiten en omstandigheden.

Het Openbaar Ministerie heeft in een persbericht het strafrechtelijk onderzoek naar Demmink als volgt omschreven, waarbij ook verwezen is naar andere verdenkingen:

“Het Openbaar Ministerie is een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar  aanleiding van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem dat voormalig ambtenaar mr. J. Demmink verdachte is van verkrachting van twee - destijds - minderjarige jongens in Turkije, halverwege de jaren negentig. Het strafrechtelijk onderzoek zal zich in ieder geval richten op de onderzoeksopdrachten die het gerechtshof heeft geformuleerd. Daarnaast zullen mogelijke andere aanwijzingen die samenhangen met de verdenking zoals het hof die heeft vastgesteld, worden meegenomen.”

De media hebben het feit dat Demmink als verdachte is aangemerkt van een zeer ernstig zedendelict als opzienbarend nieuws gebracht. Enkele voorbeelden:

• De Volkskrant verwees hier naar in het artikel “Oud-topman Demmink moet toch worden vervolgd”
, citaat: "(…) Een raadsheer van het gerechtshof lichtte toe dat het hof vindt dat 'het beschikbare materiaal voldoende aanleiding geeft voor een redelijk vermoeden van schuld voor verkrachting'."

• NRC noemde het een blamage voor Justitie: 
“Hof: OM moet Joris Demmink vervolgen voor misbruik - ‘een blamage voor justitie’”

De Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten ontkent deze voor hem zeer ongewenste realiteit en blijft pleitbezorger van zijn voormalige rechterhand. Hij lijkt hiermee actief de doofpot gesloten te willen houden en stelt zich daarmee bloot aan de verdenking dat hij zelf strafbaar handelt.



NRC Handelsblad verwoordde dat op 16 april 2014 in het hoofdredactioneel commentaar onder de titel Opstelten stapt over de grens, als volgt:



“In de zaak-Demmink lijkt het er steeds meer op dat eind jaren 90 politie-onderzoek naar ernstige zedendelicten door leden van de top van het Openbaar Ministerie is gesaboteerd. En wel door datzelfde OM. Dat zou kunnen duiden op corruptie binnen de top van het ministerie van Justitie.
(..)
Naarmate er meer informatie boven komt die de twijfel voedt, dient de minister zich voorzichtiger op te stellen. Een minister die politiek verantwoordelijk is voor het OM kan niet, nee, mag niet, publiekelijk verkondigen dat een potentieel explosief onderzoek „niks is” en „niks wordt”. Zeker niet nu de kwestie draait om bestuurlijke beïnvloeding van een politie-onderzoek. Dan vestigt de minister namelijk de indruk dat hij, met een enkel telefoontje hier of daar, zich ook van de door hem gewenste uitkomst zal verzekeren. Of dat mogelijk al gedaan heeft. Verzekeren dat het OM „niet gehinderd wordt door mijn uitspraken” klinkt dan als een waarschuwing. De minister moet ruim baan maken voor het onderzoek. Stellige uitspraken doen over de uitkomst is hier zelfs verdacht.”

‹‹ Naar het overzicht

Reageer


 
Volg de deroestigespijker via RSS



full screen background image