De getuigenverhoren in Utrecht

15-05-2014

Stichting De Roestige Spijker heeft de getuigenverhoren in Utrecht verzocht om onderzoek te doen naar de beschuldigingen die zijn geuit in de documentaire getiteld Dutch Injustice: when child traffickers rule a nation. In deze documentaire wordt Demmink beschuldigd van herhaald gepleegd seksueel misbruik van minderjarige jongens.

http://youtu.be/nmeYiR-yyS4

In de documentaire wordt ingegaan op het Rijksrecherche-onderzoek naar misbruik van minderjarigen door hooggeplaatste functionarissen bij Justitie eind jaren 90 (dat ook wel het Rolodex-onderzoek wordt genoemd) en op de verklaringen van de Turkse slachtoffers die door Demmink tijdens verblijf in Turkije zouden zijn misbruikt.
Omdat Demmink inmiddels formeel verdacht wordt van verkrachting van minderjarige jongens in Turkije, is de nadruk in Utrecht komen te liggen op het Rolodex-onderzoek. 

In het voorlopig getuigenverhoor voor de Rechtbank Midden-Nederland zijn de volgende elf getuigen gehoord:

  • de heer Bart X, voormalig prostitué in jongensbordeel d.d. 4 maart 2014
  • de heer Leen de Koter, oud CIE rechercheur d.d. 5 maart 2014
  • de heer Jaap Hoek, oud hoofdinspecteur kinder- en zedenpolitie d.d. 5 mei 2014
  • mevrouw Anneke Storm van 's-Gravesande, (voormalig) stafmedewerkster Ministerie van Justitie d.d. 10 maart 2014
  • de heer Jacques van Huet, voormalig gevangenisdirecteur, d.d. 14 maart 2014
  • de heer Klaas Langendoen, voormalig chef CID, d.d. 24 maart 2014
  • de heer Bart Molenkamp, voormalig gevangenisdirecteur, d.d. 25 maart 2014
  • de heer Henk Krol, voormalig hoofdredacteur van de Gay Krant, d.d. 11 april 2014
  • de heer John Moeliker, voormalig topmanager bij het Ministerie van Justitie d.d. 11 april 2014
  • de heer Emile Broersma, voormalig commandant van het observatieteam bij de afdeling Terrorisme en Bijzondere Taken, Bijzondere Recherchezaken CRI d.d. 15 april 2014
  • de heer Tjeerd Postma, voormalig hoofd facilitaire zaken van het Ministerie van Justitie d.d. 15 april 2014

Onthullende en schokkende uitkomst
De meest opzienbarende uitkomst van de verhoren is dat Demmink al eerder verdachte was van ernstige zedenmisdrijven. Uit diverse verklaringen kan de conclusie worden getrokken dat Demmink reeds in 1998, ten tijde van het Rolodex-onderzoek, werd verdacht van misbruik van minderjarige jongens. Ronduit schokkend is de vaststelling dat deze zaak vanuit de top van Justitie is gesaboteerd en vervolgens in de doofpot is beland.

De verklaringen onder ede met betrekking tot het Rolodex-onderzoek
Voormalig prostitué X verklaarde onder ede dat hij als minderjarige werkzaam was in een illegaal jongensbordeel in Amsterdam en seks heeft gehad met een man die Joris heette in zijn dienstauto, en dat hij achteraf vaststelde dat deze man Demmink moet zijn geweest.

Oud-rechercheur De Koter verklaarde onder ede dat de naam van Demmink tijdens het zogenaamde Rolodex onderzoek in Amsterdam was gevallen en dat hij in verband werd gebracht met misbruik van minderjarige jongens. Hij verklaarde onder meer het volgende: Bij aanvang van het tactisch onderzoek zijn er door de Rijksrecherche een aantal namen bekend gemaakt van hooggeplaatsten, en daarop diende verder onderzoek plaats te vinden. Dat waren de heren Wabeke, Wooldrik en Holthuis (die drie heren waren allen officier van justitie) en de heer Demmink die destijds werkzaam was bij het ministerie(...)
(...)
Holthuis was CIE-officier bij de Rijksrecherche. Het onderzoek dat bij de CIE Rijksrecherche liep met betrekking tot Holthuis, verliep zonder dat laatstgenoemde dat wist. Tenminste, daar ga ik vanuit. U kunt zich voorstellen dat een hoop mensen met kromme tenen hebben moeten lopen. Als ik over Demmink spreek, bedoel ik de heer Joris Demmink. Tegen de vier heren die ik zojuist noemde bestond de verdenking van misbruik van minderjarige jongens, meerdere malen gepleegd.

De verklaring van De Koter werd bevestigd door voormalig hoofdofficier van justitie Vrakking in een artikel d.d. 22 maart 2014 in NRC waarin Vrakking als volgt werd geciteerd (Vrakking had eind jaren 90 de leiding over het Rolodex-onderzoek en hij is daarmee ontegenzeggelijk een gezaghebbende bron):

In het onderzoek naar betrokkenheid van hooggeplaatste magistraten bij seksfeestjes met minderjarigen in 1998 (Rolodex-onderzoek) is in tegenstelling tot beweringen van justitieministers wel degelijk ook topambtenaar Joris Demmink in beeld gekomen. Het onderzoek liep stuk n dag nadat de hoogste ambtenaar van het departement telefonisch bij het OM naar het onderzoek had geïnformeerd. Dit zegt de Amsterdamse oud-hoofdofficier van justitie Hans Vrakking in een gesprek met deze krant. Vrakking, destijds initiatiefnemer van het onderzoek, is verbaasd over de bemoeienis van toenmalig secretaris-generaal van het ministerie van justitie Harry Borghouts met het onderzoek.
Volgens Vrakking was bij de inlichtingendienst BVD belastende informatie binnengekomen over Demmink. De chauffeur van Demmink, Rob Mostert, had tegenover de BVD verteld er niet meer tegen te kunnen. Hij zat ermee dat Demmink in de dienstauto af en toe seks had met jongens, aldus Vrakking.

Dit sluit ook aan op de verklaring onder ede die voormalig officier van justitie Fred Teeven gaf in een besloten getuigenverhoor in 2007 in de strafzaak tegen ex AIVD-er Paul. H. waarbij eveneens het Rolodex-onderzoek ter sprake kwam:
(...)
Teeven: Het ging om een onderzoek van de rijksrecherche en de zedenpolitie. Dit onderzoek was tegen niet nader te noemen verdachten in het kader van misbruik van minderjarigen.
Vraag: Waarom deed de rijksrecherche het onderzoek?
Antwoord Teeven: Omdat de verdenkingen tegen hoge vertegenwoordigers uit het overheidsapparaat waren.
Vraag: Uit het Openbaar Ministerie?
Antwoord Teeven: Ja, ook uit het Openbaar Ministerie.
Vraag: Wat was uw rol in het onderzoek?
Antwoord Teeven: Ik was als CIE-Officier van Justitie betrokken bij de start van het onderzoek onder leiding van mr. Vrakking. Ik was ook betrokken bij de tactische uitvoering. Dit onderzoek heeft wl geleid tot veroordeling voor grondfeiten, maar net tot veroordeling van hoge overheidsfunctionarissen. (...)
Vraag: Heeft uw onderzoek geleid tot verdere vervolgingstappen?
Antwoord Teeven: Nee, er is getapt, maar er is verder geen vervolging ingesteld (...). Op enig moment zijn er contra-acties gekomen waarbij de Hoofdofficier van Justitie ook werd beschuldigd van feiten die in dezelfde sfeer lagen. (...)

En als deze verklaringen al niet overtuigend zijn, dan is zeker doorslaggevend wat oud CRI-rechercheur Broersma hierover op 15 april 2014 verklaarde:

Het klopt dat ik commandant was van een observatieteam dat tweede helft 1998 opdracht kreeg van de bureauchef, de heer Knapen. Onze opdracht hield in om informatie te verzamelen over vier verdachten, waarnaar de Rijksrecherche op dat moment onderzoek deed. En van die verdachten was de heer Demmink. Hoe wij exact te werk zijn gegaan, zeg ik u niet aangezien ik dan in detail moet treden over operationele zaken, waarvan ik u eerder hoorde zeggen dat er een groot maatschappelijk belang bestaat om deze details niet in de openbaarheid te brengen. Wel kan ik aangeven dat dit onderzoek een hele korte periode gelopen heeft; (...)

De reden waarom dit onderzoek zo kort liep was dat de zaak op enig moment stuk was. Ik bedoel daarmee dat er gelekt is naar een van de betrokken verdachten. U vraagt mij wie die verdachte was. Dat was niet meneer Demmink, maar dat betrof de heer Holthuis. Dit laatste is mij verteld door mijn direct leidinggevende, de heer Knapen (bureauchef).
Hij vertelde mij dat onze dienstleiding (die valt ook onder het landelijk parket)het erg ingewikkeld vond om dit onderzoek naar bazen te doen. Van de heer Knapen heb ik gehoord dat de dienstleiding de korpschef van de Rijkspolitie (dat was destijds generaal De Wijs) heeft ingelicht over het onderzoek dat aan ons was opgedragen. Mij is verteld dat de betreffende korpschef op zijn beurt contact heeft opgenomen met de heer Holthuis, die op dat moment hoofdofficier was van het landelijk parket.
Hierop kreeg het observatieteam de instructie om het onderzoek direct te stoppen.

In deze verklaringen is overtuigend bewijs te vinden van de volgende feiten:

  • Demmink werd al in 1998 door justitie verdacht van ernstige zedenmisdrijven.
  • Onderzoek naar deze verdenkingen is vroegtijdig gefrustreerd en de kop in gedrukt, wat een sterke aanwijzing is voor ambtelijke corruptie.
  • De feiten rond deze verdenkingen en het afbreken van het onderzoek zijn in de doofpot gestopt.
  • Opeenvolgende ministers van justitie hebben de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd.

De publieke uitspraken van Minister Opstelten er is geen begin van juistheid gebleken omtrent oude of nieuwe beschuldigingen aan zijn adres en het was niks, het is niks en het wordt niks, duiden er op dat hij welbewust de waarheid geweld aandoet en justitie hindert in haar onderzoek.

De overige verklaringen aangaande pedofiele contacten
Verschillende andere getuigen hebben verklaard over concrete aanwijzingen dat Demmink zich zou hebben schuldig gemaakt aan ontucht met minderjarigen.
De beide gevangenisdirecteuren Van Huet en Molenkamp hebben onder ede verklaard over het relaas van een stafmedewerker van Justitie (mevrouw Storm van 's- Gravesande, die dit achteraf als getuige ontkent) die tijdens een dienstreis er over had geklaagd dat zij in opdracht van Demmink jonge jongens moest regelen. Beiden hadden hieraangaande reeds een verklaring bij een notaris afgelegd.

Ze hebben deze verklaringen als getuige staande gehouden.Van Huet verklaarde: Nu u bij mij doorvraagt, verklaar ik dat ik echt 100% zeker weet dat mevrouw Storm toen in de hotelbar tegen een aantal collega's heeft gezegd dat zij via een Haagse pooier jonge jongens voor de heer Demmink moest regelen.

Molenkamp verklaarde: U houdt mij voor een passage uit de door mij bij de notaris afgelegde verklaring (productie 14 bij verzoekschrift) van Naar mij bij staat (...) tot en met (...) zeer grote verontwaardiging.
Mij staat nog heel goed bij dat mevrouw Storm zich in die bar op die manier heeft uitgelaten. Ik heb het niet meer visueel voor ogen, maar de inhoud van haar mededelingen herinner ik mij wel nog, omdat die indruk op mij maakten. Op het moment dat mevrouw Storm die uitlatingen deed, waren er nog een aantal anderen bij. (...) In de jaren nadien doken er steeds weer verhalen op over de heer Demmink en ik herinner mij onder andere een artikel in de Panorama of Nieuwe Revue op dat soort momenten werd ik steeds weer herinnerd aan het bewuste gesprek in de hotelbar. Ik herinner mij niet meer de exacte bewoordingen, maar ik weet zeker dat zij de naam van Demmink genoemd heeft en dat zij gesproken heeft over jongenscontacten die zij telefonisch voor Demmink moest regelen.

De heren Moeliker en Postma hebben verklaard dat twee chauffeurs binnen het ministerie hadden gemeld dat Demmink seks had met jonge jongens op de achterbank van zijn dienstauto. Een van de chauffeurs, de heer Mostert, zou hier officieel over hebben geklaagd in 2000. Omdat Mostert kort hierop overleed is deze klacht niet behandeld en eveneens in de doofpot beland.

Wat Moeliker en Postma hierover verklaren strookt met de verklaring van oud-hoofdofficier Vrakking tegenover NRC d.d. 22 maart 2014: De chauffeur van Demmink, Rob Mostert, had tegenover de BVD verteld er niet meer tegen te kunnen. Hij zat ermee dat Demmink in de dienstauto af en toe seks had met jongens, aldus Vrakking.

Conclusie
Deze verklaringen vormen, in aanvulling op de beslissing van het Gerechtshof van 20 januari 2014, nadere onderbouwing voor de verdenkingen tegen Demmink en vormen overtuigend bewijs dat de verdenkingen jegens Demmink sinds 1998 in de doofpot zijn beland waarbij vermoedelijk ambtelijke corruptie is gepleegd. Dit is een zeer ernstige misstand.Vooralsnog lijkt de ernst hiervan niet tot de politiek door te dringen en houdt de huidige minister van justitie Opstelten de doofpot krampachtig in stand.

Oud rechercheur De Koter verklaarde onder ede op 4 maart 2013 dat minister Opstelten de Tweede Kamer heeft misleid met onjuiste informatie:
U houdt mij voor dat minister Opstelten in 2012 aan de kamer heeft geantwoord:
Zoals ook al eerder gemeld in antwoord op Kamervragen van 15 juni 2007 is de oud-SG (...) van het ministerie van Veiligheid en Justitie op geen enkele wijze in het Rolodex-onderzoek naar voren gekomen, noch is er informatie aangetroffen waaruit blijkt dat hij enige bemoeienis heeft gehad met liet onderzoek.
(...) Daar ben ik het niet mee eens. Zoals uit mijn verklaring blijkt, is de naam van de heer Demmink wel degelijk in het Rolodex-onderzoek naar voren gekomen.

Het zij nogmaals benadrukt, dat de overheid zelf het strafrechtelijk onderzoek naar verdachte topambtenaren blokkeert en daarover valse informatie blijft verspreiden, is een groot schandaal. Zeker nu het gaat om verdenking van ernstige zedendelicten en juist de top van het Ministerie van Veiligheid en Justitie een toonbeeld van onkreukbaarheid en onbesproken gedrag dient te zijn. Ministers die de deksel op de doofpot blijven drukken, stellen zich bloot aan de verdenking van corruptieDe stichting vindt het daarom gerechtvaardigd, en noodzakelijk voor het publieke debat hierover, dat de documentaire Dutch Injustice kan worden bekeken.

‹‹ Naar het overzicht

Reageer


 
Volg de deroestigespijker via RSS



full screen background image